Assistentiewoningen: strengere regels op komst?
Assistentiewoningen zijn in het hoofd van veel mensen een ideale woonvorm om de oude dag door te brengen. Ze bieden immers een mix van zelfstandigheid en veiligheid. Je blijft op eigen benen staan, maar als het nodig is kan je rekenen op zorg. In de praktijk gaat er echter vaak het één en ander mis. Na twee kritische rapporten grijpt minister van welzijn Caroline Gennez in. Hiervoor krijgt ze bovendien steun vanuit de federale regering door de minister van consumentenbescherming Rob Beenders.
Enorme verschillen in de dagprijzen
Assistentiewoningen worden aangeboden door verschillende partijen. Dit kunnen lokale besturen zijn, maar ook vzw’s en privéspelers. De gemiddelde totale dagprijzen liggen hierdoor sterk uiteen. Van 76,2 euro per dag bij assitentiewoningen van privébedrijven tot 42,6 euro per dag bij openbare assistiewoningen. Bovendien worden de kleine lettertjes in het contract vaak aangewend om bewoners met bijkomende kosten op te zadelen. Zeker eigenaars van een assistientiewoning worden hier regelmatig mee geconfronteerd.
Niet altijd duidelijk wat tegenover de prijs staat
Mensen betrekken een assistentiewoning met het idee dat ze beroep op zorg kunnen doen wanneer dit nodig is. In de praktijk nemen uitbaters van assistentiewoningen heel wat vrijheid in het al dan niet voorzien van deze zorg. Daarom wil de minister hen verplichten om in hun contract met bewoners een lijst op te nemen waarin duidelijk omschreven wordt welke zorg wanneer beschikbaar is. Naast deze maatregel komt er ook een website waar mensen dagprijzen zullen kunnen vergelijken. Dit moet de prijstransparantie verder verhogen.
De rol van de woonassistent
Uitbaters van assistentiewoningen moeten een woonassistent voorzien die ten dienste staat van de bewoners. In de praktijk is er ook hier heel wat diversiteit in de manier waarop zij deze rol invullen. Hierdoor ontstaat heel wat onduidelijkheid en vaak ook een discrepantie tussen wat bewoners verwachten en uitbaters kunnen/willen waarmaken. Een duidelijke omschrijving van wat de woonassistent doet en wanneer die beschikbaar is moet een einde maken aan die onduidelijkheid.
Leegstand
Een rapport van het Hiva (Hoger instituut voor Arbeid en Samenleving – KULeuven) schat in dat er ongeveer 4.000 assitentiewoningen leegstaan in Vlaanderen. 2.500 daarvan zouden zelfs structureel leegstaan. Daarom wil de minister met de lokale besturen in overleg gaan.
Voor oudere bewoners van assistentiewoningen is de locatie bijv. een belangrijke factor in hun welbevinden. Assistentiewoningen liggen dan ook best dichtbij essentiële voorzieningen zoals winkels, diensten van openbaar nut, … Lokale besturen zouden – met deze overweging in het achterhoofd – advies moeten kunnen geven vooraleer een nieuwe project goedgekeurd wordt. Ook moeten ze een stem hebben in het bepalen of er al dan niet voldoende assistentiewoningen op hun grondgebied. Tot slot onderzoekt de minister hoe leegstaande woningen gebruikt kunnen worden voor andere mensen die een zorgnood hebben.

Belangrijk
Minister Gennez heeft niet de bevoegdheid om in te grijpen in de aankoopcontracten van assistentiewoningen, deze ligt bij haar federale collega Rob Beenders. Hij had eerder al aangegeven dat hij kandidaat-kopers beter wil beschermen.
Kritische reflectie
De plannen van minister Gennez werden gewikt en gewogen door de Vlaamse Ouderenraad, waar we met OKRA ook deel van uitmaken:
- Dat er strenger zal worden opgetreden zal worden tegen de cowboys in de sector kunnen we alleen maar toejuichen. Er is in deze sector geen plaats voor wurgcontracten en contractuele voorwaarden die de zorg niet aanbieden waarvoor bewoners willen tekenen.
- De nood aan een helder kader en duidelijk afsproken prijzen valt dus niet te ontkennen. Er wordt eindelijk beleid gevoerd in functie van de (toekomstige) bewoners.
- De woonassistent moet een spilfiguur zijn inhet dagelijks leven van de bewoners van een assistentiewoning. Als brugfiguur tussen de bewoners, de zorgaanbieders en de onmiddellijke leefomgeving is hij/zij essentieel. Een duidelik omschreven rol is hierbij onontbeerlijk.
- Toekomstige assistentiewoningen moeten maximaal beantwoorden aan de reële noden van bewoners. Enkel en alleen dan kan het risico op bijkomende leegstand maximaal vermeden worden. Assistentiewoningen komen immers lang niet altijd op de juiste locaties te staan of worden soms gebouwd voor de verkeerde doelgroepen.
- Inspraak van bewoners is dan ook essentieel. Ook lokale ouderenraden en andere lokale actoren kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Het is dan ook erg jammer dat het hierover erg stil blijft bij de minster. Terwijl juist zij erg waardevolle input kunnen geven over de inplanting van toekomstige woningen.
Het belang en de noodzaak om bij dit alles domeinoverschrijdend te werk te gaan, kan nauwelijks onderschat worden. Er moet dus niet enkel gekeken geworden naar de woningen en de assistentie, maar ook naar de omgeving, het sociale leven, nabije diensten, … Samen met de Vlaamse Ouderenraad blijven we met OKRA en OKRA-Zorgrecht dit dossier verder opvolgen.