Koude douche in plaats van warmste week voor duizenden koppels en gezinnen met een al heel laag inkomen
Al eerder werd vanuit het maatschappelijke middenveld aangeklaagd dat de centenindex, zoals toegepast op de sociale uitkeringen, een dubbele discriminatie inhoudt. Enerzijds is de benedengrens (2.000 euro bruto per maand) dubbel zo streng dan voor lonen en wedden. Anderzijds treft ze koppels van gerechtigden op sociale uitkeringen met eenzelfde maandelijks inkomen zeer ongelijk: een koppel met twee uitkeringen van respectievelijk 3.000 euro en 1.000 euro bruto per maand wordt geconfronteerd met een beperking van de indexering, terwijl dat niet het geval is wanneer de partners elk 2.000 euro bruto per maand ontvangen.
We tillen er vooral zwaar aan dat de centenindex ook mensen in armoede en bestaansonzekerheid treft en dus verder in de armoede duwt. Wat dat betreft is het voorbeeld dat tijdens de parlementaire voorbereiding vanuit de regering werd gegeven over gepensioneerden met een “pensioen van 3.600 euro per maand” bijzonder misleidend. Het treft immers alle gerechtigden op sociale uitkeringen vanaf een bruto bedrag van 2.000 euro per maand. Voor gepensioneerden houdt dat in dat de centenindex al van toepassing is vanaf een uitkering van 1.700 euro netto per maand.
Die lage benedengrens is het meest problematisch voor koppels die van één uitkering moeten leven. Voor dezen ligt de benedengrens vandaag maar eventjes 12,4% beneden de Europese armoedenorm (2.284 euro in 2024). Die worden nog verder in de armoede gedrukt.
Het wordt nog schrijnender. Zelfs een deel van de koppels die van één minimumuitkering in de sociale zekerheid en/of sociale bijstand moeten leven worden getroffen. Dan gaat het over:
- koppels met een minimum gezinspensioen: zelfs bij een volledige loopbaan (45 jaar) bedraagt dat 2.260,26 euro per maand;
- koppels met een gezinspensioen, aangevuld met een IGO, waarmee ze aan een bedrag komen van 2.107,16 euro per maand;
- zieken en invaliden met personen ten laste (regelmatige werknemer) met een minimumuitkering van 2.026,70 euro per maand; met als zwaarst getroffenen degenen die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming omdat ze hulp van derden nodig hebben (minimum 2.790,84 euro per maand).
Het kan toch niet de bedoeling zijn om de bodembescherming in de sociale zekerheid en de sociale bijstand, al zwaar gehavend door zes jaar schorsing van de welvaartsvastheid (volgens de parameters van het Generatiepact op zich al goed voor een verlies van 5,8%) verder onderuit te halen via de centenindex.
Roger getuigt:
“We zijn 95 jaar en hebben ons pensioen opgebouwd in de vorige eeuw. Eén pensioen, een gezinspensioen, na een loopbaan van 48 pensioenjaren. We behoren tot de uitstervende groep die het moeten doen met één inkomen. Een pensioen dat niet genoeg is om de opname van één persoon te betalen !n een bejaardenhuis. Gezien ons gezinspensioen van 2300 euro de 2000 euro overschrijdt worden we groot verdiener volgens de regering en gelijkgesteld met werkenden die 4000 euro verdienen en meestal met twee inkomens. (…)
Niemand levert graag in. Maar moesten we een plan zien dat evenwichtig is naar draagkracht en motivering heeft en durf om te zoeken waar het te vinden is dan ware er nog hoop, ook voor de doorzetters uit de vorige eeuw.” Aldus Roger.
Onverminderd onze globale kritiek op de centenindex en het discriminatoire karakter ervan verwachten op korte termijn tenminste volgende bijsturing:
- vrijwaring van de volledige indexering van alle minimumuitkeringen in de sociale zekerheid en van de bijstandsuitkeringen
- verhoging van het grensbedrag met 50% (naar 3000 euro bruto) wanneer twee of meer personen van de uitkering moeten leven;
- volledige indexering van de forfait hulp aan derden voor de ZIV-uitkeringen.