Het moet fair blijven!
Elk jaar maken we met OKRA Belangenbehartiging een ronde van Vlaanderen waarbij we in elke provincie samen komen met de OKRA belangenbehartigers. Daarbij gaat het steevast over de vraag waar ouderen in OKRA trefpunten zich het meest zorgen over maken. En waar OKRA Belangenbehartiging werk moet maken. Die tournee zit er op voor 2026. Met een hele reeks opmerkingen. Maar met één thema dat er in elke provincie bovenuit stak: de stijgende kosten voor gepensioneerden en de inleveringen die aan gepensioneerden gevraagd worden.
Over die inleveringen is alvast duidelijk dat gepensioneerden meer dan andere groepen getroffen worden in de begrotingsmaatregelen. We worden uitgesloten van de belastinghervorming die alleen de werkenden meer netto zal opleveren. Voor gepensioneerden werd de welvaartsenveloppe leeggemaakt tot 2030: er is geen geld meer om (vooral de laagste en oudste) pensioenen mee te laten stijgen met het gemiddeld inkomen van werkenden.
De centenindex oogt rechtvaardig voor wie niet goed oplet. Maar geldt voor gepensioneerden al vanaf 2000 euro bruto, zo een 1.700 netto. Voor werkenden pas vanaf 4.000 euro. Het deel boven die 2.000 euro bruto voor gepensioneerden wordt niet meer aangepast aan de index: vanaf 2000 euro bruto wordt elke indexaanpassing vastgevroren op 40 euro. Onder de 2.000 euro krijg je de gebruikelijke 2 %.
Voor een koppel met een gepensioneerde kostwinner met een volledig loopbaan ligt dat minimumpensioen op 2.160 euro bruto. Daar moeten ze met twee van leven. Ook voor hen kent de centenindex geen genade. Vele gepensioneerden hebben er begrip voor dat ook gepensioneerden hun deel moeten doen in de begrotingsproblemen. Maar het moet wel fair blijven. Aan de laagste pensioenen raken, aan de minima raken, aan mensen die het met amper een 1.000 euro per persoon moeten doen is niet fair.
En tegelijk wijzen onze belangenbehartigers op de gestegen kosten. Het openbaar vervoer werd fors duurder: een stijging met 18 % in 2025 bij De Lijn. Het seniorenticket bij de trein werd afgeschaft: wie korte ritten maakt is nu vaak goedkoper af, maar vanaf een 30tal km wordt het duurder. Ook al kocht je die Train+ kaart.
Voor de prijzen van woonzorgcentra is er geen centenindex. Die stijgen verder. Na een tussenkomst van OKRA werd wel geregeld dat ze pas mogen indexeren in dezelfde maand als de pensioenen. Want ouderen moeten voortaan telkens drie maand wachten vooraleer hun pensioen wordt aangepast aan de gestegen levensduurte. De zorgpremie steeg van 64 euro naar 100 euro. Maar dat komt niet ten goede aan de ouderenzorg of de thuiszorg. Daarin werd telkens 30 miljoen bespaard. 65- plussers, vaak de hele dag thuis, hebben hogere verwarmingskosten: de accijnzen op gas en mazout worden helaas verhoogd. Medicatie wordt duurder, gratis medicatie verdwijnt. De hospitalisatieverzekering wordt duurder, het remgeld bij de dokter wordt verhoogd. De btw-hervorming komt er aan, net als een hogere taks op verzekeringen.
Gelukkig corrigeert de index achteraf telkens de gemiddelde prijsstijgingen voor de gemiddelde Belg. Maar er zijn soms grote verschillen in die uitgaven naar leeftijdsgroep. Ouderen geven beduidend meer uit dan 18-65 jarigen aan verwarming, aan kosten voor zorg en gezondheid, aan horeca, aan telefoonkosten, aan autobus , aan herstel en onderhoud van auto’s, aan brillen en hoorapparaten, aan onderhoud van woning, aan verzekeringen. Maar ook aan koffie, bier, wijn en horeca: de doorsnee 65plusser is ook in die dingen een plusser. De index is dan weer een gemiddelde voor de hele bevolking: wie zoals ouderen meer dan gemiddeld uitgeeft aan producten en diensten die sterker stijgen dan dat gemiddelde is de pineut. Dat wordt gevoeld bij ouderen.
Nu nog wachten op politici die oog hebben voor al die gestegen kosten. En voor de onbehoorlijke behandeling van gepensioneerden in hun nachtelijke begrotingsbesprekingen. Woorden van begrip voor onze klachten kregen we al genoeg. Maar de correcties blijven uit. Ouderen verdienen beter.
